Lange tijd geen onweer: hoe kan dat?

Christian Versloot • dinsdag 24 juli 2018

Nederlandse zomers kennen vaak periodes met mooi weer die afgesloten worden met felle regen- en onweersbuien. Daarna steken de westenwinden weer op en is het redelijk snel weer wisselvallig. Het warme weer is dan weg.

Maar deze zomer is dat niet het geval. Op de één of andere manier hebben we al tijden te maken met mooi weer. Op een aantal buien vorige week na hebben we al een tijd niet meer met onweersbuien te maken gehad.

Hoe kan dat? Dat gaan we in dit artikel analyseren. We beginnen met een herhaling van soorten onweer, met in het bijzonder warmteonweer en dynamisch onweer. Daarna leggen we deze luchtdrukpatronen tegen de ‘huidige’ luchtdrukpatronen… en we zullen het waarom gauw zien!

Onweersoorten

Op het moment dat er een hogedrukgebied boven Europa komt te liggen, dan leidt dat vaak tot mooi weer. De wind draait richting oost of soms zuidoost – heel soms noordoost – en de wind komt met name van het continent. Droge lucht komt dan in de richting van Nederland.

Naast relatief droog is die lucht ook warm. Dankzij de zon die op het continent heeft geschenen is de lucht inmiddels flink opgewarmd. Bovendien komt de lucht meestal uit zuid-Europese windrichtingen. Balkan, Griekenland, Hongarije, … enzovoort.

Flink warme lucht dus!

Er kunnen zich dan twee soorten onweer voordoen:

  • Warmteonweer, waarbij de thermiek zorgt voor stijgende lucht, condensatie en onweersbuien;
  • Dynamisch onweer, waarbij een vorm van lagedruk hetzelfde voortbrengt.

De zware onweersbuien die een periode van mooi weer afsluiten zijn meestal dynamisch van aard. Maar eerst het warmteonweer!

Warmteonweer

Op het diagram zien we de gemiddelde luchtdrukverdeling die we veelvuldig bij warmteonweer zien.

Een hogedrukgebied ligt boven het Europese vasteland waardoor vanuit het zuidoosten een stroming met droge en warme lucht wordt opgezet.

In een ander geval ligt er ook wel eens een hogedrukgebied boven Scandinavië waardoor de stroming ook oostelijk wordt, maar dan met name noordoostelijk.

Tijdens dit soort situaties schijnt de zon zeer fel op het aardoppervlak. Vooral tijdens de zomermaanden gaat deze zonneschijn gepaard met veel energie.

Zoals we wel vaker aanhalen stijgt warme lucht op doordat de dichtheid ervan kleiner is dan bij koude lucht. Bij zonneschijn vindt dit stijgen van lucht dan ook op verschillende plekken plaats. Telkens op kleine schaal. Overal stijgen ‘kleine luchtbellen’ op die tijdens het stijgen afkoelen. Daarna zakken ze weer naar de grond.

Wij zien dat als de mooie zomerse stapelwolken die we ook vandaag weer verspreid door de atmosfeer zien.

Soms gebeurt het echter dat een luchtbel enorm hoog kan komen. Dat komt bijvoorbeeld doordat de temperatuur aan de grond heel hoog is of dat de lucht net een heuvel op wordt gedwongen. Het krijgt als het ware een ‘extra’ zetje. Het gevolg is dat de stapelwolk kan doorgroeien tot een onweersbui.

Zo’n onweersbui beweegt amper voort. Het blijft voor een groot deel op z’n plek hangen. Het zijn meestal geen felle onweersbuien in termen van ‘noodweer’, maar toch kan er een redelijke bliksemactiviteit voorkomen net als een behoorlijke hoeveelheid neerslag.

Deze vorm van onweer wordt warmteonweer genoemd.

En afgelopen week hebben we het gezien: zowel op de Veluwe viel een felle bui – waarbij een auto-ongeluk plaatsvond – evenals in Drenthe.

En ja hoor: als we de hoogtekaart van Nederland naast het buienradarbeeld van afgelopen zaterdag leggen, dan zien we een leuk patroon!

 

Bron: AHN / Buienradar

Dynamisch onweer

Het kan gebeuren dat het hogedrukgebied wat wordt teruggedrongen door lagedruk op de Atlantische Oceaan.

Vaak zien we dat er dan een lagedrukgebied in de buurt van de Britse Eilanden komt te liggen.

Het hogedrukgebied wordt vervolgens wat meer het vasteland op gedwongen, of wat meer terug Scandinavië in.

Dankzij de wetten der natuurkunde die bepalen hoe wind waait als gevolg van luchtdruk krijgen wij op dat moment te maken met een wat meer zuidwestelijke wind.

De wind waait dan voor een groot deel van zee en heeft een Atlantische origine, waardoor hij veel vochtiger is dan de lucht die tot voorheen van land kwam.

Het gevolg is dat we te maken krijgen met extreem warm weer. Tegelijkertijd voelt het echter ook enorm benauwd aan.

Het gevolg van een dergelijk lagedrukgebied is dat het vaak ook gepaard gaat met een vore, een trog of zelfs een thermisch lagedrukgebied wordt. Ook spelen fronten vervolgens een rol.

Al deze vormen van lagedruk zorgen er vervolgens voor dat lucht gaat stijgen. Dat doen ze allemaal op hun eigen manier. Die stijging gebeurt niet sporadisch – zoals bij warmteonweer – maar over een groot gebied. Vaak is dat op een lijn of in een ‘cluster’.

De stijging vindt ook plaats tot kilometers hoog de lucht in; soms wel 12 tot 15 kilometer.

Het gevolg is dat er – mede dankzij de enorme hoeveelheden energie die dankzij de warmte aanwezig zijn – felle regen- en onweersbuien ontstaan. Deze kunnen soms zeer zwaar uitpakken, waarbij er in korte tijd veel regen kan vallen, er een hoge bliksemintensiteit kan zijn en er veel hagel kan vallen.

Nadat de onweersbuien over zijn bevinden we ons in de wat frissere Atlantische lucht: het mooie weer is voorbij.

Het huidige luchtdrukpatroon

Maar daar lijkt in dit luchtdrukpatroon geen sprake van. De zomer duurt maar en duurt maar, maar houdt niet op. Hoe kan dat precies?

Daarvoor moeten we kijken naar de huidige luchtdrukverdeling.

Te zien is dat er boven het Europese vasteland een hogedrukgebied ligt. De lagedruk ligt niet bij de Britse Eilanden maar bij IJsland – en ligt dus een stuk meer terug op de Atlantische Oceaan!

Volg het lijntje rondom het hogedrukgebied met de klok mee en je ziet dat we in Nederland te maken hebben met een zuidelijke, zuidoostelijke wind.

Deze situatie duurt nu al een tijdje voort. Het gevolg is dat we, uitgezonderd het warmteonweer dat juist dankzij dit hogedrukgebied is ontstaan, niet te maken hebben gehad met felle regen- en onweersbuien.

Dit in tegenstelling tot het einde van mei, waarin we continu in de overgangszone lagen tussen hogedrukgebied (met mooi en warm weer) en lagedruk (met minder mooi weer). Het gevolg: die week vol onweer!

Maar daar is deze periode geen sprake van. Ook de komende tijd niet: lagedruk houdt slechts beperkt invloed op het weer boven onze regio.  Dat betekent dat we zo nu en dan wel met dynamisch onweer te maken kunnen krijgen, maar dat de zomer in principe voortduurt. Zo lijken er zaterdag onweersbuien te kunnen ontstaan. Daarover echter later meer!

Bedankt voor het delen

Discussieer mee!

Wat vind je van dit artikel? Ben je het met ons eens? Hoe kunnen we het de volgende keer beter doen?