Wordt onweer steeds zwaarder?

Annegreet Grijpstra • woensdag 25 juli 2018

Op het nieuws of het weer hoor je vaak dat klimaatverandering gepaard gaat met hevige buien. Maar geldt dit ook voor onweer? In dit artikel lees je de verschillende kanten terug over waarom onweer juist wel of misschien wel helemaal niet heviger wordt en hoe een bui ook alweer werkt!

Als we kijken naar de KNMI’14 klimaatscenario’s en de IPCC, wordt er gezegd dat in Nederland hagel en onweer in de toekomst heviger worden. Hoe warmer het is, hoe meer waterdamp er in de atmosfeer kan zitten. Meer waterdamp leidt vervolgens tot meer condensatiewarmte, waardoor er sterke en verticale bewegingen in de wolken toenemen en het vaker hagelt en onweert. Maar, hoe ontstaat een onweersbui ook alweer?

De ingrediënten van een onweersbui

Er zijn vier elementen nodig voor een onweerswolk: energie, vocht, een trigger en dynamiek.

Het begint in een ‘buienloze atmosfeer’. Hier heeft de lucht een bepaalde vochtigheidsgraad. Op een gegeven moment kunnen vanaf de grond luchtdeeltjes gaan opstijgen. Een belangrijke regel die hierbij hoort: warme lucht is lichter dan koude lucht en daarnaast dat in koudere lucht minder water kan verdampen. Daardoor neemt de vochtigheidsgraad toe. Als de vochtigheidsgraad 100% is (LCL), zal de waterdamp gaan condenseren.

Als er geen obstakels in de weg liggen van de vorming van een onweersbui, zal de stijgende lucht doorschieten naar boven (updraft). Dit verschijnsel heet ook wel een towering cumulus.

In een gunstig scenario zal de wolk doorgroeien tot mogelijk zware onweersbui.

De CAPE geeft een indicatie hoe zwaar een bui zal zijn, samen met onder andere de windschering. Hoe sterker de updraft, hoe hoger en hoe zwaarder een bui zal zijn.

Dankzij botsingen van hagel ijsdeeltjes helemaal bovenin de wolk krijgen de ijsdeeltjes een lading; de grotere deeltjes krijgt een tegenovergestelde lading. Door de updraft en downdraft worden de deeltjes op basis van gewicht verdeeld in de wolk. Zo ontstaat het ladingsverschil in de wolk.

Een verschil in lading zorgt er vervolgens weer voor dat de bliksem ontstaat. Zo heb je cg-bliksem, ic-bliksem en cc-bliksem. In de afbeelding zou er een ic-bliksem zijn tussen de bovenste positief geladen deeltjes en de negatief geladen deeltjes. Zo vindt er ook een cg-bliksem plaats tussen de negatieve deeltjes in de wolk en de positieve op de grond. Wil je nou meer weten over onweer/bliksem, kijk dan even hier!

 

Fotograaf: Grain de sel. Licentie: CC BY-SA 2.5. Changes: added symbols to cloud and atmosphere.

Zwaarder onweer dankzij meer waterdamp

Terug naar de condensatie.

Bij deze condensatie komt warmte vrij. Dat noemen we de zogeheten latente warmte en die kan worden uitgedrukt in Latent instability. De logische redenatie is dat als dankzij klimaatverandering de hoeveelheid waterdamp toeneemt, er meer waterdamp condenseert en onder andere de latente warmte toeneemt.

Met zwaardere onweersbuien als gevolg.

Bron: KNMI

Maar is het wel zo makkelijk om nu te zeggen dat dat ook meteen het antwoord is? Dat er door meer waterdamp in verband met klimaatverandering zwaardere onweersbuien ontstaan?

Zoals het er nu op lijkt, zijn er vier scenario’s. Deze zijn opgebouwd van optimistisch tot pessimistisch. Deze geven aan dat er ’s winters meer neerslag zal gaan vallen en in de zomer juist minder. Wat er duidelijk wordt is dat de luchtstroming boven Nederland zal veranderen.

Of toch niet?

Maar hoe precies valt niet te voorspellen. Warme en vochtige lucht zal ervoor zorgen dat de latente instabiliteit groter is en daarmee dat stormen intenser worden. Zo schrijft in ieder geval het KNMI. Andere wetenschappelijke onderzoeken geven aan dat dit uiteindelijk niet zo hoeft te zijn. Op de langere termijn zijn er dan ook andere scenario’s mogelijk. Zo is de huidige verwachting dat de sterkte van de onweersbuien de komende jaren wel toe gaat nemen, maar daarna nog onzeker is.

Helaas kunnen wij dus nog niet concreet zeggen wat er dus “op de planning staat”.

Bedankt voor het delen

Discussieer mee!

Wat vind je van dit artikel? Ben je het met ons eens? Hoe kunnen we het de volgende keer beter doen?