Onweer herkennen – zo doe je dat!

Christian Versloot • zaterdag 2 december 2017

We zijn blij met een hele schare volgers op Twitter, Facebook en Instagram die ons regelmatig bestoken met interessante vragen over onweer. Tijdens onweersituaties hebben die vragen meestal het volgende karakter: Gaat het hier onweren? Hoe kan ik onweer herkennen? We realiseerden ons daarom dat het misschien handig zou zijn om een pagina over het herkennen van onweer te schrijven, zodat veel meer mensen met dezelfde vraag tot een antwoord kunnen komen.

We beginnen met de wolken:

Kijk naar de wolken

Onze allerbeste tip is om misschien wel gewoon naar de wolken te kijken. Als je een onweerswolk ziet, die – in het Latijn, want meteorologen hebben vroeger alle wolken een Latijnse naam gegeven – ook wel cumulonimbus heet, dan weet je dat het misschien wel kan gaan bliksemen!

Cumulonimbus

Storm Dunlop noemt dit in zijn Weerboekje (zie referenties) ook wel de ‘reus onder de wolken’. Vaak groeien ze door tot bovenin de troposfeer. Dan worden ze dus 12 tot 16 kilometer hoog. Ze kunnen zware regenval, onweer, hagel, hevige winden en – als ze heel zwaar zijn – soms zelfs tornado’s veroorzaken.

In het artikel over updraft en downdraft kunnen we lezen dat een onweersbui begint bij een updraft, een omhooggaande stroom warme lucht die door afkoeling voor condensatie en wolkenvorming zorgt. Er ontstaat dan een stapelwolk: een cumulus die een zeer sterk verticaal karakter heeft. In het Engels heet dit ook wel ‘towering’ en het is de eerste fase in onderstaand diagram. De nulgradengrens wordt aangegeven om te illustreren dat vanaf dat punt (en pas helemaal vanaf ca. -13 graden) ijsdeeltjes gaan ontstaan, een vereiste voor onweer.

Wanneer deze stroom lucht sterk genoeg is kan deze cumuluswolk doorgroeien naar een buienwolk: de cumulonimbus. Er ontstaat dan ook een downdraft, een stroom koude lucht die vaak ook regen bevat. We zitten dan in het volwassen stadium (‘mature stage’) zoals op onderstaand diagram te zien is. De bui kan doorgroeien tot grote hoogte en ook onweer kan in dit stadium voorkomen.

Daarna neemt vaak de downdraft het over van de updraft doordat de laatste wordt afgesneden door de eerste. Op dat moment zwakt de bui al gauw af. Uiteindelijk verdwijnt deze weer.



Hieronder gaan we dieper op de cumulonimbus in. Er bestaan namelijk verschillende vormen die allemaal iets vertellen over het weer dat we kunnen verwachten.

(met dank aan NOAA – deze afbeelding bevindt zich in het publiek domein)

Twee vormen van cumulonimbus

Een cumulonimbus calvus gespot op het vliegvend Milaan-Malpensa. Achter deze calvus-bloemkool zie je een andere bui: dit is een cumulonimbus capillatus/incus. Fotograaf: Ximonic, Simo Räsänen / Licentie: GFDL / no changes rather than those declared at source page

Om het nog maar wat moeilijker te maken bestaan er twee vormen van cumulonimbus: een calvus en een capillatus. Hieronder gaan we in op de verschillen tussen beide wolkenvormen.

Bij een cumulonimbus calvus zie je een heel uitgebreide toren van wolken – deze wordt in de volksmond ook wel ‘bloemkoolwolk’ genoemd. Het is een groeiende onweerswolk.  Op de afbeelding zie je zo’n cumulonimbus calvus, die duidelijk herkenbaar is aan de bloemkoolstructuur. Op de achtergrond zie je het ‘aambeeld’ – de incus – van een andere, nog volwassener bui.

Een cumulonimbus calvus kan de volgende weersverschijnselen veroorzaken (bron):

  • Onweer – cumulonimbuswolken kunnen onweer produceren omdat ze boven het nulgradenniveau, en specifieker boven het -13-gradenniveau uitkomen;
  • Wind – de downdraft van zo’n bui kan ervoor zorgen dat er hevige windstoten optreden;
  • Hagel – ook kan er hagel ontstaan.

Als een cumulonimbus calvus kan blijven doorgroeien ontstaat uiteindelijk het volgende wolkentype: een cumulonimbus capillatus is een onweersbui die is doorgegroeid tot het zogeheten Equilibrium Level. Dat is het punt op ca. 12 tot 16 kilometer hoogte waarbij de temperatuur van het stijgende luchtdeeltje weer lager is dan zijn omgeving, waardoor de wolk niet verder kan groeien. Meer informatie over dit proces vind je in ons artikel over Updraft en downdraft.

Een cumulonimbus capillatus met de welbekende incus-top, in de vorm van een aanbeeld. Deze buienwolk is zo’n beetje op de top van haar kunnen. Fotograaf: Simon Eugster / Wijzigingen door: MattSD34/Frederik M./LivingShadow at source page; licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported

Kenmerkend voor een capillatus is de platgeslagen top van de bui. Deze wordt ook wel incus genoemd en is meestal in de vorm van een aambeeld. Op de afbeelding hiernaast zie je zo’n capillatuswolk. Een cumulonimbus capillatus is zwaarder en kan de volgende weersverschijnselen veroorzaken – of misschien wel versterken ten opzichte van een calvus (bron):

  • Onweer – dit is een sterke onweersbui en kan daardoor ook veelvuldig cg-onweer produceren. Meer informatie over soorten bliksem: Wat voor soorten bliksem zijn er?
  • Hagel – er kan hagel ontstaan, en soms zijn dit zelfs grote hagelstenen.
  • Zware regenval;
  • Hevige windstoten.

Bijbehorende wolken

Cumulonimbuswolken zoals de calvus en de capillatus kunnen vergezeld worden van een aantal wolken, die vaak ‘als gevolg’ van de cumulonimbus worden geproduceerd. Dat betekent niet dat ze alleen bij de cumulonimbus voorkomen; integendeel, ze kunnen ook bij andere wolken voorkomen. Dit zijn de bijbehorende wolken:

  • Pannus: als de onderkant van de wolk, d.w.z. de buienbasis, rafelig van aard is, spreken we ook wel over ‘pannus’.
  • Pileus: deze zien we aan de bovenkant van de wolk en wordt ook wel ‘sjaalwolk’ of ‘petje’ genoemd. Het is een wolk die bovenop de groeiende cumulonimbus ontstaat. Ze ontstaan doordat een stijgende stroom warme lucht in vochtige lucht terechtkomt waardoor deze ook alvast begint te condenseren. Als je een wolk met een pileus ziet, dan weet je dat je te maken hebt met een snel groeiende wolk die zich in vochtige en onstabiele lucht bevindt. Het is daarom vaak een ‘verklikker’ voor zwaar weer.
  • Velum: deze lijkt op pileus, maar is het niet. Waar pileus ‘bovenop’ de wolk hangt, hangt velum rondom de wolk. Je ziet het niet vaak voorkomen.

Pannus – fotograaf Simon Burchell; licentie CC BY-SA 4.0; no changes

Pileus – Fotograaf: Dhaluza (Wikipedia); licentie: CC BY 2.5; no changes

Velum – fotograaf: SMMcF; licentie: CC BY-SA 4.0; no changes



Bijbehorende verschijnselen

Onweersbuien kunnen ook gepaard gaan met een aantal weersverschijnselen. Deze beschrijven we hieronder.

Een shelfcloud boven Enschede op 17 juli 2004. Fotograaf: John Kerstholt / Licentie: CC BY-SA 3.0 / no changes

Cumulonimbus arcus

Een arcus, in het Nederlands ook wel wolkenkraag genoemd, is een horizontale wolk die vaak voorkomt voorafgaand aan onweersbuien. Een goed gevormde arcus is een aanwijzing voor een scherp belijnd onweersfront dat over het algemeen zware onweersbuien produceert. Ook lichtere onweersbuien kunnen arcuswolken bevatten, maar die zijn vaak veel minder goed ontwikkeld.

Er zijn twee soorten arcus die veel voorkomen – een shelfcloud en een rolwolk. Hieronder beschrijven we beide types en het verschil tussen een shelfcloud en rolwolk:

  • Een shelfcloud, zoals die op de afbeelding van het zware onweer van 17 juli 2004 boven Nederland, zit aan de wolkenbasis van de onweersbui vast. De koude downdraft van de bui spreidt zich over het buienoppervlak uit waardoor warme lucht omhoog wordt getild en de bui in wordt gezogen. De condensatie van deze warme lucht produceert een shelfcloud. Vaak hangt de shelfcloud boven of vlakbij het windstotenfront. Een goed ontwikkelde shelfcloud betekent vaak dat de onweersbui gepaard gaat met felle windstoten.
  • Een rolwolk daarentegen zit niet aan de wolkenbasis van de bui vast. Wel ontstaat deze ook op het windstotenfront van de onweersbui en als gevolg van de downdraft. Zoals je op de foto kunt zien lijkt het een wolk die om zijn eigen as rolt, volledig ontkoppeld van de onweerswolk. Een rolwolk ontstaat als het windstotenfront zich ver genoeg van de bui af heeft ontwikkeld en is dus misschien wel een ‘vervolgversie’ van de shelfcloud te noemen. In het eerste geval koppelt de wolk zich nog wel aan de buienbasis; in het tweede geval is dat niet meer zo. Bij zo’n rolwolk moeten we dus met een heel langdurige, zware onweersbui te maken hebben die de kracht heeft om het windstotenfront ver genoeg vooruit te duwen.

Rolwolk behorend bij een zware onweersbui. Licentie: publiek domein

Dat gebeurt echter niet vaak, waardoor echte rolwolken vrij zeldzaam zijn. Om die reden zien we in Nederland vaker shelfclouds dan rolwolken.

Cumulonimbus incus

We hebben gezien dat de cumulonimbus capillatus een aambeeldachtige wolkentop heeft. Deze wordt ook wel incus genoemd. Bekijk de afbeelding iets eerder in dit artikel om te zien hoe zo’n incus-aambeeld eruit ziet.

Cumulonimbus mamma / mammatus

Aan de buienbasis van een cumulonimbus kan er soms iets vreemds gebeuren: mammatus! Er zijn een heleboel mogelijke verklaringen waardoor deze wolken ontstaan en niemand is nog zeker over de precieze ontstaanswijze.

Wat we wel weten is dat deze mammatuswolken, die van het Latijnse ‘mamma’ komen (dat betekent ‘uier’ of ‘borst’), meestal gepaard gaan bij cumulonimbus capillatus-wolken, de zwaardere van de twee. Mammatus is dan ook een indicator voor een zware onweersbui.

En mooi zijn ze ook!

Tuba

Een tuba is het begin van een wind- of waterhoos. Op het moment dat deze de grond raakt wordt het een echte wind- of waterhoos genoemd. Tuba’s ontstaan meestal als uitzakking van de onweerswolk en zijn ietwat anders dan tornado’s, die in een supercel ontstaan waarbij vaak een wallcloud aanwezig is.

Tailcloud

Bij de downdraft, en dus het gebied van de regen, komt soms een tailcloud voor. Dit is een wolk die heel dicht bij de oppervlakte komt en vormt omdat het gebied waarin de neerslag gebied erg vochtig is en dus makkelijk condenseert.

Hoewel een tailcloud sterk op een tornado lijkt, is dat er geen! Tornado’s komen namelijk voor in het gebied van de updraft, dat wil zeggen het gebied waar de warme lucht de bui in wordt gezogen. Een tailcloud komt voor bij de downdraft.

Een foto van een tailcloud vind je op Weatherscapes.

Overshooting top / licentie: Publiek domein

Overshooting top

We weten dat een cumulonimbus capillatus zich uitstrekt in de vorm van een aambeeld omdat het Equilibrium Level is bereikt (wil je meer weten, scroll dan iets terug en lees bij capillatus verder). Het kan soms echter gebeuren dat een bui plots een enorme sterke voedingsbodem bereikt. Dat kan bijvoorbeeld komen doordat:

  • De bui over een heuvelachtig gebied schuift;
  • Er ineens veel meer vocht beschikbaar is;
  • De temperatuur van de updraft veel hoger is dan voorheen.

Wat gebeurt er dan? In een snel tempo wordt de stijgstroom, de updraft, sterker. Soms kan hij dusdanig sterk worden dat hij boven de wolkentop uitstijgt. We hebben dan te maken met een overshooting top. Veel onweersbuien hebben in hun levensduur te maken met zo’n overshooting top, die uiteindelijk weer verdwijnt. De aanwezigheid van zo’n top, een duidelijk uitstekend deel op de bijgevoegde foto, betekent dat de bui op zijn maximum is. Als hij echter tien minuten of meer aanhoudt weten we dat we met een zeer zware onweersbui te maken hebben die zware weersverschijnselen kan produceren. Het is dus een goede indicator voor de zwaarte van een naderende onweersbui.

Een supercel

Sommige onweersbuien zijn nog zwaarder dan de gemiddelde cumulonimbus – en produceren randverschijnselen zoals tornado’s. Deze worden supercel genoemd. We gaan deze binnenkort beschrijven in een apart artikel!


Kijk naar de kleur van de lucht

De kleur van de lucht kan een hele belangrijke graadmeter zijn voor het bepalen van de zwaarte van een onweersbui.

  • Is de lucht onder de stapelwolk heel donkergrijs, dan heb je vaak niet meer met een doorgegroeide stapelwolk (cumulus) te maken maar met een bui (cumulonimbus). Vanaf dat moment is er ook onweer mogelijk.
  • Is de lucht groenig van kleur, dan betekent dat dat er hagel in de bui aanwezig is. Door de hagel verbuigt het licht enigszins waardoor wij een groene gloed zien. Voor meer informatie over hagel en de groene luchten: Waarom wordt de lucht soms groen bij onweer?

Voel de verandering van de wind

Iedere onweersbui heeft een downdraft. Die downdraft spreidt zich over het aardoppervlak uit. Daardoor kun je een naderende onweersbui voelen aankomen. Een aantal minuten voor de bui losbarst steekt namelijk de wind op. Het is een heel subtiel proces, maar als je eenmaal doorhebt dat het gebeurt kun je het vrij makkelijk waarnemen. Ook zie je de onweersbui dan meestal al hangen. Het is daarom niet een indicator voor onweer als in “ik wist nog niet dat de bui kwam”, maar je hebt dan  wel een inschatting hoe lang het nog duurt voordat de bui losbarst.

Vooral als je voelt dat de wind uit de richting van de bui komt weet je dat je te maken hebt met de outflow.

Bij een zware onweersbui levert dat uiteindelijk een zwaar windstotenfront op zodra de bui arriveert:

We hopen dat je nu meer informatie hebt over het herkennen van onweer! Mocht je vragen hebben, dan zijn we uiteraard bereid om er een goed antwoord op te zoeken 🙂 Laat je vraag hieronder achter, dan reageren we zo snel we kunnen.

Referenties

Bedankt voor het delen

Discussieer mee!

Wat vind je van dit artikel? Ben je het met ons eens? Hoe kunnen we het de volgende keer beter doen?