(Ge)donderdag 28 juni

Christian Versloot • vrijdag 29 juni 2012

In de dagen voor 28 juni hielden we op Bliksemdetectie.nl de actuele weersituatie voor de dag goed in de gaten, want opnieuw waren er parameters die aangaven dat het tot flink wat onweer kon komen. Op 22 juni waren de eerste ‘voortekenen’ op de weerkaarten zichtbaar, waarna het onweerstopic op ons weerforum werd gestart. Een terugblik.

Synoptische situatie

Met een moeilijk woord een korte samenvatting van de weersituatie die op de verwachting stond voor 28 juni. Op de weerkaart zagen we dat een lagedrukgebied boven de Britse Eilanden een zuidelijke stroming op gang zette, die warme lucht vanuit zuidwestelijk Europa naar onze contreien bracht. Lokaal zou het dus op 28 juni ook flink warm worden, met in sommige ‘runs’ van de weermodellen zelfs temperaturen die rond tropische waarden konden uitkomen.

Verder was de aangevoerde lucht ook potentieel onstabiel. Erg onstabiel zelfs: het Amerikaanse weermodel berekende boven Frankrijk CAPE-waarden van 3000 Joules per kilogram lucht. Daar moet je wel een aantal honderd Joules vanaf trekken omdat hetzelfde weermodel de dauwpunten, die meewegen in de berekening van de hoeveelheid CAPE, standaard te hoog inschat. Toch kom je dan op behoorlijke waarden uit, want verder zie je ook niet zo vaak dat de Lifted Index-waarde daalt tot waarden onder -10 graden Celcius op zo’n 5,5 kilometer hoogte.

Toch was er iets aan de hand wat mogelijk roet in het eten zou kunnen gooien. Kijken we goed naar de progtemp van het Amerikaanse weermodel dat berekend werd voor 17.00 uur lokale tijd, dan zien we dat het temperatuurslijntje (het rode lijntje) naar rechts loopt. Dat betekent dat de temperatuur van de lucht met de hoogte toeneemt, en dat is niet goed voor het onstaan van onweersbuien. Lucht moet namelijk door kunnen stijgen om te kunnen condenseren en buien te vormen, en dat kan alleen als de temperatuur van het stijgende luchtdeeltje warmer is dan zijn omgeving. Is de temperatuur aan de grond kouder dan de temperatuur op zo’n anderhalve kilometer hoogte, dan heb je al gauw een probleem.

GFS progtemp voor 28 juni 17.00 uur

Inversie

Er was dus sprake van een zogeheten inversielaag. Zo’n inversielaag, ook wel ‘capping layer’, ‘cap’ of simpelweg ‘deksel’ genoemd, zorgt er dus voor dat onweersbuien niet vrij kunnen ontstaan. Toch betekent dat niet automatisch dat er geen onweersbuien zullen ontstaan, want er zijn verschillende manieren om zo’n deksel te doorbreken. In Nederland en België worden capping layers meestal doorbroken door simpelweg een voldoende hoge temperatuur aan de grond, een convergentielijn of een koufront.

En gisteren was dat weer het geval. Nou ja, niet voor de temperatuur dan: volgens de GFS-progtemp waren er om 17.00 gisterenavond temperaturen aan de grond tussen 32 en 35 graden nodig om de inversielaag te doorbreken, en die temperaturen werden simpelweg niet gehaald. Wat wel op komst was, was een koufront, die hoorde bij het lagedrukgebied boven de Britse eilanden. Op een koufront wordt warme lucht verdreven door koude lucht. Omdat deze warme lucht snel plaats moet maken is het scheidingsvlak van het front erg steil, wat tot flinke buien kan leiden.

Voor het koufront uit was er echter ook sprake van een ander soort ‘front’: een convergentielijn, ook wel vore genoemd. Op zo’n lijn komt, als we het vrij simpel bekijken, lucht uit verschillende richtingen bij elkaar, wat stijgende luchtbewegingen veroorzaakt. Hé, stijgende luchtbewegingen, kan dat niet tot buienvorming leiden? Absoluut! De vraag was echter of deze vore wel ‘krachtig genoeg’ was om de inversie te doorbreken, zodat buien zich zouden kunnen vormen.

De satellietanalysekaart van 28 juni om 08.00 uur Nederlandse tijd. Duidelijk te zien zijn de convergentielijn (rode lijn met daarbij getekend een gele pijl) en het koufront (blauwe lijn met driehoeksymbolen)

Wat ging er mis?

Het absolute knelpunt in de onweersverwachting was het feit of de inversie ’s middags doorbroken zou worden door de convergentielijn. Zou dit niet gebeuren, dan zouden de buien niet of ontzettend licht uitpakken en vervolgens zonder heisa het land uittrekken. Toch hebben we er voor gekozen om in onze onweersverwachting uit te gaan van een onweersituatie, omdat we toentertijd verwachtten dat de convergentielijn de inversie zou doorbreken.

En dat is achteraf gezien een fout geweest, want uiteindelijk bleek het zo dat de inversie niet goed doorbroken werd door de convergentielijn. Deze is op bovenstaande ‘SATREP’-kaart te zien met daarbij een grote pijl met ‘18UTC’, wat betekent dat de lijn om 20.00 uur Nederlandse tijd bij Zeeland zou liggen. Kijken we naar de radarbeelden van die tijd dan zien we dat de vore om 20.00 al iets verder het land op lag, maar dat er niet genoeg triggering plaatsvond om daadwerkelijk zware buien te vormen. De parameters die aanwezig waren, zouden goed genoeg zijn geweest voor toch fiks onweer. Geen noodweer-achtige toestanden, wel leuk zomers onweer.

Helaas

Helaas heeft het dus niet zo mogen zijn dat onze onweersverwachting uitkwam. Hier balen we enigszins wel een beetje van, maar aan de andere kant is het weer natuurlijk ontzettend dynamisch en kan het voorkomen dat weersvoorspellingen niet uitkomen. Vooral bij extreem weer is het ontzettend lastig een voor honderd procent accurate verwachting neer te pennen. Op Bliksemdetectie vinden we het belangrijker om mensen op de hoogte te houden van wat er kan ontstaan, en te zien dat het een stuk minder is dan verwacht, in plaats van te moeten zien hoe wij zonder uitleg moeten aanschouwen hoe een felle onweerslijn over ons land trekt. Volgende keer beter.

Bronnen: Bliksemdetectie.nl, Meteociel.fr, KNMI SatRep

Bedankt voor het delen

Discussieer mee!

Wat vind je van dit artikel? Ben je het met ons eens? Hoe kunnen we het de volgende keer beter doen?