Extreem actief Atlantisch orkaanseizoen, maar hoe extreem?

Christian Versloot • vrijdag 15 december 2017

Het Atlantische orkaanseizoen was dit jaar extreem actief. Dat is althans wat het KNMI zegt in een vandaag gepubliceerde analyse van de orkanen die de Verenigde Staten en de daar in de buurt gelegen landen & gebieden hebben getroffen in 2017. Het seizoen gaat de boeken in als „extreem destructief”.

Maar wat is nu een Atlantisch orkaanseizoen? Hoe gaat de ontwikkeling van orkanen boven de Atlantische Oceaan precies in zijn werk? En hoe extreem was het seizoen van 2017 dan wel niet? We zoeken het voor je uit 🙂

Het Atlantische orkaanseizoen

De term Atlantisch orkaanseizoen heb je mogelijk nog niet eerder voorbij zien komen in het arsenaal van meteogerelateerde woorden. We leggen het voor je uit 🙂 Plat gezegd gaat het om het volgende: de periode in het jaar waarin zich veelal orkanen vormen in het Atlantisch bassin.

Het Atlantische orkaanseizoen loopt van grofweg 1 juni tot en met 30 november. Dat betekent echter niet dat er geen orkanen kunnen ontstaan buiten het seizoen; zo komen er toch met enige regelmaat orkanen voor die niet binnen dit interval liggen.

Waarom dit interval? We kunnen die vraag beantwoorden aan de hand van de ontstaanswijze van orkanen. Neem daarvoor eerst goed een kijkje op onderstaande kaart (bron NOAA – publiek domein):

In grote letters lezen we subtropical ridge. Deze ‘subtropische rug’ heet in de Nederlandse weerwereld ook wel Azorenhoog – en dan gaat er misschien al wel een belletje rinkelen. Voor de liefhebber die nog geen idee heeft wat een Azorenhoog is, geen paniek, er volgt een korte uitleg.

De hoeveelheid zonnestraling die op het aardoppervlak valt. Bron: NOAA (public domain)

Dankzij de zon wordt de aarde verwarmd. Rondom de evenaar komt er echter veel meer zonlicht als energie de atmosfeer binnen dan rondom de polen. Dat betekent dat we rond de evenaar dan ook te maken hebben met stijgende lucht – en we zien dan ook veel storingen en onweersclusters rond de evenaar. Dankzij die stijgende lucht moet vanaf andere breedtegraden aan de grond lucht worden aangevoerd om het ‘tekort’ aan lucht aan te vullen. Tegelijkertijd moet daar ook die lucht weer worden aangevuld – en dat gebeurt met lucht van hoogte die naar beneden zakt. We zien daarom rond circa 30 graden noorderbreedte een hogedrukgebied ontstaan. En dat is nou het typische Azorenhoog, of ook wel de subtropische rug genoemd.

Op zich is dat al heel interessante theorie waar we nog veel meer over kunnen schrijven, maar laten we teruggaan naar de orkanen 🙂

Ik schreef hierboven dat er onweerclusters ontstaan rondom de evenaar. Dat is precies wat je ter hoogte van Afrika in de kaart zien staan: een tropical disturbance. Stijgende lucht zorgt voor buienvorming. Soms vindt die buienvorming op hele grote schaal plaats en smelten de buien als het ware samen in grote onweerclusters. Dat zien we bij felle zomeronweders ook boven Nederland gebeuren, maar door de warmte gebeurt dat rond de evenaar op grotere schaal. Dergelijke onweerclusters kunnen soms 200 tot 600 km breed zijn, maar hebben nog geen gesloten karakter.

Zo’n onweercluster ligt echter wel aan de basis van de orkanen die veel schade veroorzaken. Als het cluster doorgroeit kan het een gesloten karakter krijgen, waardoor het een systeem wordt dat van verschillende kanten lucht om zijn eigen as laat draaien. We hebben dan te maken met een tropische depressie. Dan is er nog niet veel aan de hand – de windsnelheden liggen dan maximaal rond 60 km/uur – maar wordt het wel een gebied om goed in de gaten te houden.

Als de omstandigheden namelijk gunstig zijn, dan groeit het door naar een tropische storm. We hebben dan ineens te maken met windsnelheden tot 116 km/uur, waardoor het systeem al een stuk gevaarlijker wordt. Maar in sommige gevallen is er dan nog steeds energie over en groeit de storm uit tot een orkaan. Dan moeten de gemiddelde windsnelheden net iets hoger zijn dan 116 km/uur. Maar dan zijn we er nog niet! Orkanen kunnen doorgroeien van categorie 1 tot en met categorie 5. In het laatste geval hebben we te maken met windsnelheden van minimaal 252 kilometer per uur…

Geen pretje dus! 😮

Maar tegelijkertijd zien we een patroon. Doordat op continue basis zonlicht blijft binnenvallen (hij blijft immers schijnen voor de komende paar miljard jaar) vinden er op continue basis verstoringen plaats in de atmosfeer boven of net ten westen van Afrika. Deze verstoringen blijven zich groeperen tot clusters van onweersbuien om uiteindelijk uit te groeien tot Hurricanes. Deze trekken dan naar het westen en leiden vaak tot veel problemen in de Caraïben, Zuid-Amerika en/of de Verenigde Staten, om daar vaak af te buigen en te worden opgenomen in het reguliere Atlantische systeem dat ook ons aandoet.

Dat is trouwens wat ik zo mooi vind aan het weer: ieder stukje weer kan worden verklaard door een ander stukje weer – en het begint in dit geval met het zonlicht!

Dat patroon in beeld krijgen? Geen probleem. Als we de paden van alle orkanen sinds 1851 in kaart brengen krijgen we het dan ook goed in de smiezen:

Alle orkanen sinds 1851. Bron: NASA (public domain)

Zijn er meer orkaanseizoenen?

De oplettende lezer heeft natuurlijk terecht geconstateerd dat deze zone van lagedruk niet ophoudt als eenmaal Amerika bereikt is. Ook boven Afrika richting India, zuidoost-Azië en terug naar Amerika hebben we te maken met inval van zonnestralen en daardoor een zone van lagedrukgebieden.

En daarvoor is zelfs een speciale naam bedacht: deze zone van lagedruk heet de intertropische convergentiezone, ofwel ITCZ. Mocht je kinderen hebben die nu aardrijkskunde volgen op de middelbare school, dan moet je ze eens vragen of ze daar ooit al van hebben gehoord. Het is vandaag de dag reguliere stof op school!

Maar dat betekent ook dat als we even verder denken dat er niet alleen ten westen van Afrika verstoringen ontstaan, al dan niet in de vorm van onweerclusters. Dat gebeurt langs de hele ITCZ. En ook dat is prachtig te zien op een foto vanuit de ruimte, waarbij je rond de evenaar een volledig om de wereld gaande ‘band’ van storingen kunt zien (bron NOAA).

We zien dan ook regelmatig tropische stormen in andere gebieden van de wereld. In Nederland noemen we ze orkanen, maar in de VS gaat het om hurricanes. In de buurt van Japan gaat het om tyfoons. Australiërs noemen het soms willy-willies of queenies en in andere delen van de wereld gaat het om tropical cyclones. Maar het gaat in alle gevallen om hetzelfde fenomeen.

Wat is een normaal Atlantisch orkaanseizoen?

Om het bericht van het KNMI over het extreme Atlantische orkaanseizoen in de juiste context te kunnen plaatsen moeten we weten wat een normaal seizoen is. Het Amerikaanse weerinstituut, de NOAA, heeft een handig overzicht gemaakt van de gemiddelden boven de Atlantische Oceaan tussen 1966 en 2009.

We zien dat vanaf juni de statistieken flink op beginnen te lopen. Dat lijkt misschien gek maar is totaal logisch: vanaf het einde van de zomer hebben we te maken met een flink opgewarmd zeewater, wat het ontstaan van de noodzakelijke grote onweerclusters bevordert.

In een gemiddeld Atlantisch orkaanseizoen hebben we te maken met circa:

  • 11 named systems. Dat zijn systemen waar een naam aan gegeven wordt. Dat gebeurt als een onweercluster een tropische storm wordt.
  • hurricanes, oftewel orkanen.
  • 2-3 daarvan worden categorie 3 of meer. De continue windsnelheid van de orkaan moet dan 178 km/uur zijn of hoger liggen!

(bron afbeelding: NOAA – publiek domein, tekst gaat door onder de afbeelding)

Het seizoen van 2017

Dan het seizoen van 2017. Als we de samenvatting ervan op Wikipedia lezen kunnen we zien dat we met een bijzonder seizoen te maken hebben gehad:

The 2017 Atlantic hurricane season was a hyperactive, deadly, and extremely destructive season, featuring 17 named storms, ranking alongside 1936 as the fifth-most active season since records began in 1851, and the most active since 2010.

Er waren in totaal 18 tropische depressies waarbij er 17 zijn doorgegroeid tot tropische storm, dat zijn er 6 meer dan normaal. Van die 17 zijn er 10 een hurricane geworden, 4 meer dan normaal. Zes daarvan werden een ‘major hurricane’, terwijl dat er normaal slechts 2 à 3 zijn.

De term hyperactief is daarom wel gepast!

En zo ziet dat eruit op de kaart (bron NOAA – publiek domein, tekst gaat door onder de kaart):

Veel Amerikaanse weerdiensten geven voorafgaand aan een orkaanseizoen een verwachting uit over het aantal tropische stormen dat voorkomt. Veel diensten gaven een prognose voor een redelijk normaal seizoen maar stelden dat op het laatste moment bij naar een forecast voor veel stormen.

En dat bleek uiteindelijk de juiste keuze te zijn.

Drie verschillende orkanen waren op 8 september tegelijk actief op relatief kleine afstand. Je ziet links de VS en Mexico liggen. We zien de orkanen Katia, Irma en Jose. Dat is sinds 2010 niet meer gebeurd. Bron: NOAA, publiek domein.

Laten we nu eens kijken naar een aantal bekendere van de tropische verschijnselen die we afgelopen seizoen hebben gezien.

Orkaan Harvey

Halverwege augustus begon ten westen van Kaapverdië (ten westen van het Afrikaanse continent) een tropical disturbance te borrelen die al gauw in de gaten werd gehouden door het NHC, het orkaandepartement van de Amerikaanse weerdienst.

Deze verstoring zou uiteindelijk uitgroeien tot orkaan Harvey die een lang pad heeft afgelegd en uiteindelijk via Mexico en de Golf van Mexico definitieve landfall heeft gemaakt. Op weg naar de Verenigde Staten werd de storm geplaagd door veel tegenspoed, om het maar even zo te zeggen, want onderweg viel de storm zo’n beetje uit elkaar om uiteindelijk opnieuw uit te groeien tot een krachtige storm.

In Houston (Texas, VS) werden grootschalige overstromingen gemeld als gevolg van deze storm. De totale schade ligt ongeveer rond de 200 miljard dollar. 91 personen kwamen door de storm om het leven. Er werd een recordhoeveelheid regen geproduceerd voor welke storm dan ook die ooit de Verenigde Staten had aangedaan. In Texas viel ruim 1500 millimeter regen – terwijl er in Nederland in één jaar circa 800 millimeter valt!

Het pad van orkaan Harvey in beeld (bron NOAA/NASA):

Orkaan Irma

Orkaan Irma is veel in het Nederlandse nieuws geweest. Het is namelijk de storm die grote schade heeft aangericht op zowel het Franse als Nederlandse deel van Sint Maarten. De storm is een van de zwaarste van het seizoen en groeide, na vlak ten westen van Afrika te zijn ontstaan, uit tot een heuse categorie 5 orkaan. De windsnelheden liepen op tot net iets minder dan 300 kilometer per uur.

In verschillende gebieden ontstond er grote schade, en de herstelwerkzaamheden beginnen nu pas enigszins goed op gang te komen dankzij politieke effecten.

Het pad van orkaan Irma in beeld (bron NOAA/NASA):

Orkaan Jose

Vlak na orkaan Irma kregen de mensen in de Caraïben te maken met orkaan Jose. Dit was ook een zware storm, een categorie 4 orkaan met windsnelheden tot 250 kilometer per uur. De storm heeft geen landfall gemaakt in de Verenigde Staten en zwakte uiteindelijk af – om te worden opgenomen in de reguliere Atlantische circulatie.

Het pad van orkaan Jose in beeld (bron NOAA/NASA):

Orkaan Maria

Orkaan Maria was een orkaan die flink in het oog sprong van de Nederlandse weerliefhebbers. Zoals je op de kaart hieronder kunt zien was het al nog heel lang een tropisch systeem – tot vlak bij Europa.

Het pad van orkaan Maria in beeld (bron NOAA/NASA):

Ophelia komt met een prachtige wolkenkrul aan bij Ierland op 16 oktober 2017. Bron: NOAA/NASA, publiek domein

Orkaan Ophelia

Maar orkaan Ophelia was de Europese orkaan die echt veel in het Nederlandse nieuws te zien was.

De orkaan ontstond in de marge van een regulier lagedrukgebied en leek vlak na haar ontstaan al haar karakteristieken te verliezen, maar hield het uiteindelijk toch vol en groeide uit tot een volwaardig tropisch systeem.

Maar toen bleek er een hogedrukgebied in de weg te liggen. Dit hoog bewoog in de richting van Ophelia en was relatief aan de sterke kant, met als gevolg dat Ophelia niet richting de Verenigde Staten kon bewegen – en zelfs in de richting van Europa werd geduwd.

Zo’n situatie zien we niet vaak terugkomen in het Europese weer. Dat schreven we ook op 14 oktober, toen het systeem nog een oog had. Dat oog verdween pas vlak voor de landfall boven Ierland, toen het systeem ten noordwesten van Spanje en Portugal lag.

Nadat Ophelia landfall maakte trekte het systeem nog verder richting Noorwegen. Daar loste het uiteindelijk op.

Het pad van orkaan Ophelia in beeld (bron NOAA/NASA):

Extreem wordt het nieuwe normaal

We hebben dit jaar dus te maken gehad met een extreem orkaanseizoen. Maar hoe extreem is extreem nog nu we te maken hebben met klimaatverandering? We kunnen misschien wel zeggen dat extreem het nieuwe normaal wordt. Dat wordt ondersteund door wetenschappers van het KNMI in hun artikel over orkaan Harvey:

Waarnemingen van extreme regenval langs de kust van de Golf van Mexico laten zien dat dit soort extremen sterk zijn toegenomen. De uitvoer van twee hoge-resolutie klimaatmodellen bevestigt dat dit grotendeels veroorzaakt wordt door de opwarming van de aarde, die op zijn beurt komt door de toename van broeikasgassen in de atmosfeer.

en:

Een internationale groep wetenschappers (World Weather Attribution) heeft onder leiding van het KNMI berekend dat klimaatverandering tot nu toe de kans op zo veel regen ongeveer drie keer zo hoog heeft gemaakt.

De opwarming van de aarde zorgt ervoor dat lucht meer waterdamp kan bevatten. Alles even totaal gegeneraliseerd betekent het dat de onweerclusters die tot orkanen uitgroeien meer energie bevatten dan jaren geleden. Het gevolg is dat we met zwaardere orkanen en zwaardere weersverschijnselen te maken krijgen.

Of we in Europa vaker orkanen gaan zien? Dat is nog onbekend. Het gebeurt in ieder geval niet vaak en vaak door een bijzondere combinatie van weersomstandigheden.

Rest de vraag of we dat überhaupt wel willen…

We hopen dat jullie geleerd hebben van dit artikel & wensen je een prettig weekend toe!

Bedankt voor het delen

Discussieer mee!

Wat vind je van dit artikel? Ben je het met ons eens? Hoe kunnen we het de volgende keer beter doen?