KNMI 164 jaar: de geschiedenis van ons weerinstituut

Christian Versloot • donderdag 1 februari 2018

Op 31 januari 1854 werd het KNMI opgericht, ‘ons’ nationale weerkundige instituut. Het vierde daarmee gisteren haar 164-jarige verjaardag. Maar wat weten we nu eigenlijk over het KNMI? We nemen je daarom in dit artikel mee op een tocht van 1854 naar nu.

Daarvoor moeten we beginnen bij de start van de meteorologie zoals we ‘m nu kennen en naar één man in het bijzonder: Christophorus Buys Ballot.

Van het begin van de weersverwachting…

Deze Buys Ballot, naar wie in Nederland verschillende straten zijn vernoemd, werd geboren op 10 oktober 1817 in het Zeeuwse Kloetinge. Hij was de zoon van een predikant en was daardoor gewend om regelmatig te verhuizen. Na het gymnasium in Zaltbommel ging Buys Ballot vanaf 1835 letteren studeren aan de Universiteit Utrecht. Dat was toen uiterst bijzonder: tussen 1845 en 1875 studeerden er in Utrecht in totaal drieduizend studenten – kun je nagaan hoe dat in 1835 moest zijn geweest.

Christophorus Buys Ballot, licentie: publiek domein.

Letteren is misschien een rare keuze voor een meteoroloog. Maar dat was, misschien mede gezien zijn oorsprong, op dat moment zijn passie. Al gauw – in 1836 – ontdekte Buys Ballot wis- en natuurkunde om vrij gauw over te schakelen en kandidaatsexamen te doen in deze totaal andere professie, later ook gevolgd door scheikunde. Na zijn promotie in 1844 werkte Buys Ballot enige tijd als lector (een soort leraar) en hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, waar hij experimenteel bewijs leverde voor het dopplereffect.

Ergens in de periode tussen 1844 en 1847 week Buys Ballot echter uit naar de meteorologie – de weerkunde. Er was in die tijd nog zeer weinig bekend over het weer. Grootschalige waarnemingen bestaan nog niet; er is slechts een hand vol waarnemers actief die op zeer lokaal niveau waarnemingen verrichten. Om maar helemaal te zwijgen over de weerkaarten zoals we die vandaag de dag kennen!

Buys Ballot zou voor een grote doorbraak zorgen in het veld dat ons zo lief is. Dankzij de waarnemingen die hij verrichte kon hij een verband aantonen tussen de luchtdruk en de wind. Hij publiceerde in 1857 de wet van Buys Ballot:

staande met de rug naar de wind, bevindt het lagedrukgebied zich op het noordelijk halfrond links van de waarnemer en het hogedrukgebied rechts van hem

Dankzij dit onderzoek en vele andere experimenten in de jaren daarvoor vond Buys Ballot dat er een grootschalig netwerk van waarnemingen moest komen. Hij werd daarin gesterkt door een aantal gebeurtenissen. In 1847 reisde hij naar Brussel, om het Observatorium te bezoeken waar meteorologische waarnemingen werden gedaan. Buys Ballot was diep onder de indruk en wilde zoiets ook in Utrecht realiseren. Doordat rond die tijd de sterrenwacht Sonnenborgh in Utrecht vrijkwam kon Buys Ballot daar terecht.

Op 1 december 1848 werd dan ook begonnen met de reeks waarnemingen van wat uiteindelijk het KNMI zou worden.

Vier tot vijf jaar later krijgt Buys Ballot contact met Nederlands en Amerikaans marinepersoneel. In die tijd werden er ook op zee zo nu en dan waarnemingen verricht en vermeld in de scheepsjournalen. Om meer te begrijpen van het weer werd het belang van die waarnemingen al gauw onderkend. Buys Ballot en consorten verzamelden op basis van hun conclusies verschillende scheepsjournalen om daar al gauw één belangrijke conclusie uit te trekken: vaar niet te dicht onder de zuidpunt van Afrika.

…naar de oprichting van het KNMI, en…

Een nog grotere uitwisseling van waarnemingen wordt opgestart. Daarna gaat het erg snel. Buys Ballot stelt in 1852 aan de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken een voorstel: het is van groot belang om een weerinstituut op te richten. Op 31 januari 1854 is het dan zover: bij koninklijk besluit van Koning Willem III wordt het KNMI opgericht, het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut.

De Sonnenborgh in Utrecht, de eerste locatie van het KNMI. Bron: Japiot (WikiCommons), licentie: CC BY 3.0, no changes made

…via historische gebeurtenissen…

Door de jaren heen heeft het KNMI met verschillende historische gebeurtenissen te maken gekregen. Allereerst 1897: toen verhuisde het KNMI van de Sonnenborgh naar de huidige karakteristieke locatie (zie foto helemaal onderaan dit artikel) in De Bilt.

In de jaren ’40 van de 20e eeuw viel Duitsland ons land binnen en ook het KNMI werd hierdoor getroffen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd allereest de ‘Koninklijk’ van het Nederlands Meteorologisch Instituut afgehaald, dat vanuit strategisch oogpunt geen weersverwachtingen mocht maken – alleen onderzoek mocht doorgang vinden, evenals het verrichten van waarnemingen.

Sterker nog: kort voor de bevrijding in 1945 werd het terrein van het KNMI tot verboden terrein verklaard.

Na de Tweede Wereldoorlog ging het echter snel. Dankzij de herstelwerkzaamheden en de investeringen die konden gedaan in een langzaam steeds verder opbloeiende economie was er sprake van een snelle ontwikkeling in het aantal weerstations, weerballonnen, de weerradar, en in de jaren ’60 zelfs de eerste weersatelliet evenals de langzame introductie van computers.

Watersnoodramp 1953

Maar daarvoor, in 1953 – gezien de oprichtingsdatum van het KNMI ironisch genoeg in de nacht van 31 januari op 1 februari, afgelopen nacht dus – sloeg het noodlot toe in Nederland. Dankzij een zeer zware noordwesterstorm en opgestuwd water in combinatie met springtij braken op tientallen plekken in het zuidwesten van Nederland de dijken.

Grootschalige overstromingen waren het gevolg, waarbij Schouwen-Duivenland één van de zwaarst getroffen gebieden was.

De op dat moment dienstdoende meteorologen, Postma en Bijvoet, waren uiterst ongerust. De weerkaarten zagen er bijzonder onheilspellend uit. De procedures die men moest volgen waren echter totaal niet uitgerust op een storm zoals deze. De meteorologen hebben alles op alles gezet om één radiozender, die normaal altijd rond middernacht uit de lucht zou gaan, in de lucht te houden. Tevergeefs, waardoor ze niets meer konden doen om de bevolking in het zuidwesten te waarschuwen voor de mogelijke ramp die ze zagen aankomen – wat ze in de weerkamer een uiterst machteloos gevoel bezorgde.

’s Ochtends en in de dagen daarop werd de volledige omvang van de ramp pas duidelijk. Ook bleek dat bij het herstellen van het land na de Tweede Wereldoorlog het dijkbeheer volledig uit het oog was geraakt. Dijken werden uiterst gefragmenteerd onderhouden en ook waren de dijken te laag. Het Deltaplan werd in het leven geroepen waardoor we in Nederland vandaag de dag behoorlijk opgewassen zijn tegen het water.

Zuid-Beveland werd ook zwaar getroffen in 1953. Licentie: publiek domein

Windhozen 1967

Op 25 juni 1967 werden Nederland en België getroffen door een zware onweersstoring. In het Belgische Oostmalle en in het Nederlandse Chaam en Tricht veroorzaakten windhozen, die zeer goed vergelijkbaar zijn met de Amerikaanse tornado’s, een spoor van schade. Er vielen in totaal zeven doden. Experts deelden de windhozen in in klasse F3 op de Fujitaschaal, dat is een behoorlijk zware tornado dus.

Het KNMI heeft een uitgebreid achtergrondartikel geschreven over deze tornado’s.

Markt en Overheid en de Wet op het KNMI

In de jaren daarna werd de verzameling gegevens die het KNMI bezat zeer snel veel groter. Tegelijkertijd werd een deel van deze gegevens, soms omgezet naar informatie, vermarkt; deze werd voor geld verkocht. In de jaren ’90 ontstond er een discussie in hoeverre dit een gewenste situatie was: een overheid die tegelijkertijd als commerciële partij optreedt kan vreemd worden opgevat, zeker als er door diezelfde overheid regels worden ontwikkeld.

De werkgroep-Cohen kwam daarom in 1997 met het rapport “Markt en Overheid” waarin duidelijk werd geschetst dat overheden een level playing field moeten creëeren als ze gegevens verkopen; ze moeten eenzelfde concurrentiepositie aannemen als partijen in de markt.

Op donderdag 1 april 1999 tekende de toenmalige staatssecretaris van Verkeer & Waterstaat dan ook een akte waarin werd vastgelegd dat alle commerciële activiteiten van het KNMI werden ondergebracht bij een nieuw opgerichte marktorganisatie: een BV genaamd Weerbureau HWS, van Holland Weer Services. De taken van het KNMI, die tot dan toe in het Koninklijk Besluit van oprichting stonden, werden overgeheveld naar een nieuwe wet: de Wet op het KNMI.

Weeralarmen

Het ‘oude’ weeralarm. Bron: presentatie ‘Omgaan met onzekerheden’, Slideshare

Onderdeel van het KNMI is het waarschuwen voor gevaarlijk en extreem weer. Het KNMI gaf daartoe normale waarschuwingen uit en zogeheten Weeralarmen. Daarop ontstond in de tweede helft van de jaren 2000-2010 echter veel kritiek: het KNMI zou heel vaak te maken hebben met ‘missers’. Ook was de schaal waarop het instituut waarschuwde (nationaal en later regionaal) ‘niet goed’, vond men.

Het KNMI stelde een onderzoek in en concludeerde dat er in 64% van de gevallen terecht een weeralarm werd uitgegeven. In 15% gebeurde dat ook terecht, maar te laat. In 21% van de gevallen hadden we echter te maken met een vals alarm. Dat heeft een impact op de maatschappij en dus werd er besloten om een verbetertraject te starten.

Bron: KNMI

Per 1 februari 2010 werd er dan ook op een andere manier gewaarschuwd. De kleurcodes die we vandaag de dag kennen werden geïntroduceerd en ook werd er vanaf dat moment per provincie gewaarschuwd. Voordat een ‘code oranje’ voor Extreem Weer wordt uitgegeven wordt nu ook contact gezocht met meteorologische partijen uit de markt; voor ‘code rood’ wordt ook een analyse gedaan van de maatschappelijke impact met organisaties zoals de ANWB:

Bron: KNMI

…naar een modern weerkundig instituut

Door de jaren heen zijn er ook verschillende verbeteringen doorgevoerd in de operationele weersverwachting; vooral die voor extreem weer op de korte termijn. Er is een verbeterslag doorgevoerd in de fijnmazige weermodellen die vandaag de dag veelvuldig gebruikt worden in de weersverwachting, ook door ons op Bliksemdetectie.

De wetenschap speelt hierbij een belangrijke rol. Veel meer dan de marktpartijen is het KNMI de schakel tussen meteorologisch onderzoek en een vertaalslag naar de weersverwachting, die uiteraard daarna wel door de marktpartijen overgenomen wordt. En zo is het KNMI in 164 jaar tijd uitgegroeid van een groep waarnemers tot een instituut dat meteorologische waarnemingen verricht, weersverwachtingen opstelt, het weer in de gaten houdt voor waarschuwingen – maar ook klimatologische studies doet en aardbevingen in Nederland in de gaten houdt. Het is dus dé schakel tussen operationele weerkunde en meteorologisch onderzoek.

We feliciteren het KNMI met weer een jaar en kijken uit naar wat 2018 ons op weergebied gaat brengen! 🙂

Het KNMI in De Bilt, de huidige locatie. Licentie: publiek domein

Bedankt voor het delen

Discussieer mee!

Wat vind je van dit artikel? Ben je het met ons eens? Hoe kunnen we het de volgende keer beter doen?